Verengelsing van het Nederlands is taalverarming

Voorwoord

Wat ik nu aan het doen ben, staat bekend als studieontwijkend gedrag. Ik zou namelijk moeten werken aan het schrijven van een preconcept van vierhonderd woorden, in de vorm van een betoog. Maar in plaats daarvan plaats ik een eerder door mij geschreven betoog hier op mijn weblog. Niet dat dat helemaal niet helpt: het herinnert mij eraan dat ik in staat ben om zoiets te schrijven.

Inleiding

In het dagelijks taalgebruik in Nederland worden steeds meer Engelse woorden gebruikt. In het bedrijfsleven kun je woorden horen zoals ”targets”, ”learnings”, ”commitment”, ”event” en ”leaflet”. Maar ook kinderen hoor je dingen zeggen als ”unicorn”, ”skippen”, ”chillen”, ”cool” en ”awesome”. Het lijkt er zelfs op dat veel mensen de gewone Nederlandse woorden hiervoor een beetje oubollig vinden.

Verdwijnt het Nederlands?

In alle rangen en standen hoor je Nederlanders hun taal steeds meer doorspekken met Engelse woorden. Dit komt ook terug in officiële teksten en benamingen. Een afdeling personeelszaken heet nu bijvoorbeeld ”Human Resources”. Een sinterklaasevenement op de pabo heet nu een ”event”. In winkels heet een uitverkoop een ”sale”, en wordt korting aangegeven als ”30% off”. In mijn ogen is deze ontrouw aan onze moedertaal een verarming, en deel van taalverloedering.

Ik zie het overal

Op het kantoor waar ik inmiddels twintig jaar werk, heb ik veel namen van functies en afdelingen zien veranderen van Nederlands naar Engels. Afdelingshoofden en leidinggevenden heten nu allemaal ”manager”. De directeur is nu een ”Chief Executive Officer”. De programmeurs bij ontwikkeling heten nu ”developers” bij ”development”. En een vergadering heet tegenwoordig een ”meeting”. Daarnaast heb ik een leerkracht tegen haar leerlingen horen zeggen dat ze geen straattaal als ”skippen” moeten gebruiken, maar spreekt ze zelf bijvoorbeeld wel van een ”unicorn” wanneer ze een eenhoorn bedoelt. In het jeugdjournaal zie ik een rubriek die ”check dit dan” heet. Op de radio hoor ik reclame voor tandpasta voor wittere tanden, die dan ”whitener” genoemd wordt.

Argument voor

Ik ben niet de enige die de verengelsing van het Nederlands als taalverarming ziet. Columniste Japke-d. Bouma schrijft bijvoorbeeld:

Engels is armoede op een Nederlands kantoor. Want je hoort nooit eens Keats of Cleese citeren, maar alleen maar management bullshit. Het ergste zijn mensen die zelfs Nederlandse woorden op zijn Engels uitspreken, zoals ‘talent’. Of mensen die het hebben over ‘lessons learned’ en ‘early warnings’ als ze weer eens wat stoms hebben gedaan.
(Bouma, 2016)

Ook schrijft ze iets over wat, in haar ogen, de oorzaak hiervan kan zijn:

Het komt natuurlijk allemaal door die ‘international business management’-boeken waarmee je vergiftigd wordt als je 20 bent. En als je dan gaat werken en nog niet zélf hebt leren denken, dan ga je ook zo praten op kantoor en voor je het weet praat iedereen zo, vooral de mensen zonder fantasie.
(Bouma, 2016)

Argument tegen

In 1987 verscheen in het blad Onze Taal een artikel van J.J. Bakker, met daarin tien redenen voor het gebruik van vreemde woorden in het algemeen en Engelse woorden in het bijzonder. Dat is teveel om hier helemaal aan te halen, dus ik parafraseer:

  1. Afwezigheid van een Nederlands equivalent: jazz, timing, pudding, jet lag, limerick, groupie.
  2. Behoefte aan afwisseling. Daarom bijvoorbeeld ’goal’ als synoniem voor ’doelpunt’ gebruiken.
  3. Behoefte aan eufemisme: ‘sorry’ voor ‘het spijt me’, ‘raincoat’ voor ‘regenjas’.
  4. Behoefte aan kortheid: ’clown’ naast ’potsenmaker’, ’hit’ naast ’succesnummer’.
  5. Behoefte aan syntactische souplesse. Het Engels vormt gemakkelijk samenstellingen die niet rechtstreeks in het Nederlands kunnen worden overgezet. Vertaling maakt de volzin langer en gecompliceerder. Zoals bij non-profitinstelling, split-level, off-shore, eye-opener, teenager, bedside teaching en foolproof.
  6. Behoefte aan precisie. Iemand met een grote ‘smile’ op zijn gezicht toont een bijzondere, namelijk een valse of triomfantelijke glimlach.
  7. Behoefte aan betekenisverruiming. Het Engelse ‘buffer’ is meer dan een stootblok of –kussen. Er bestaan financiële, chemische, politieke en intermenselijke buffers.
  8. Verlevendiging van de taal door gebruikmaking van beeldspraak: baby boom, black box, ladykiller.
  9. Versterking van betekenis door gebruikmaking van klankeigenschappen. De geknepen i’s in ’(dit is de) limit’, de sissende aanloop en abrupte stop in ’shit’.
  10. Vergroting van de zeggingskracht door gebruikmaking van connotaties. Woorden als ’in the mood; en ’godfather’ kunnen een onmiskenbare stilistische waarde hebben.
    (Bakker, 1987)
Weerlegging

In een aantal punten die deze schrijver heeft genoemd kan ik mij wel vinden. Tegelijkertijd bekruipt mij het gevoel dat een aantal redenen een beetje gezocht is, om maar aan de tien redenen te komen. Op de eerste reden zal ik ingaan. De afwezigheid van Nederlandse equivalenten vind ik aan de ene kant een reden om een Engels woord te gebruiken, omdat er nou eenmaal niets anders is. Aan de andere kant zie ik dat er in bijvoorbeeld het Spaans, Frans en Zweeds vaak wel woorden in de eigen taal zijn, waar wij ze niet hebben. Wij hebben dus niet de moeite genomen om die Nederlandse equivalenten te verzinnen. Nieuwe concepten zullen er altijd komen, en als wij daar geen eigen woorden voor bedenken, zullen er dus steeds meer zaken zijn die we niet eens in het Nederlands kunnen zeggen. Taalverarming uit luiheid, noem ik dat. De Vlamingen doen dit al een stuk beter, zij bedenken wel Nederlandse woorden voor dit soort zaken. Die woorden vinden wij Nederlanders dan vaak weer oubollig of gemaakt klinken.

Tweede argument voor

Een ander artikel heeft het over een fenomeen dat mij ook is opgevallen. Dit is het fenomeen waarbij Nederlanders steeds meer geneigd zijn om Engelse grammatica toe te passen op het Nederlands. Denk aan het invoegen van spaties in woorden die in het Nederlands aan elkaar geschreven dienen te worden. Dit staat bekend als de ”Engelse ziekte”, en wordt vaak schertsend de ”los schrijf ziekte” genoemd.

In ”Het einde van de Nederlandse taal” schrijft Andreas Bouman:

Wie oren en ogen heeft valt het op: de invloed van het Engels neemt razendsnel toe. Dat heeft negatieve consequenties. Zo maken we meer grammaticale fouten. Twee woorden die aan elkaar horen, schrijven we steeds vaker met een spatie. Dat hoort zo in het Engels, dus denken we dat het in onze moedertaal ook zo hoort. Dat leidt tot potsierlijke constructies, zoals de website SOS (signalering onjuist spatiegebruik) aantoont.
(Bouman, 2012)

Conclusie

Bij het zoeken naar artikelen over dit onderwerp ben ik, gelukkig, heel veel artikelen tegengekomen van mensen die zich net als ik zorgen maken over de toekomst van de Nederlandse taal. Ook daarin wordt vaak het woord taalverarming gebruikt.

Tot slot

Daarnaast leidt de verengelsing van de Nederlandse taal ook nog tot het uit het oog verliezen van de juiste Nederlandse grammatica, omdat meer en meer de regels uit de Engelse grammatica worden toegepast op het Nederlands. En dan zijn we nog veel verder van huis!

dit betoog leverde ik op 16 januari 2018 in bij mijn vorige pabo; vandaag, 15 september 2019, publiceer ik het hier op dit weblog