Onderstaand gast-artikel is geschreven door Ineke. Zij is gepensioneerd leerkracht met ruim veertig jaar ervaring in het onderwijs en aanverwanten. Daarnaast is zij actief geweest in de gemeentepolitiek en als journalist bij een regionale krant. Tegenwoordig is zij op andere manieren politiek en maatschappelijk geëngageerd en volop actief in gezamelijke activiteiten in de gemeenschap waar zij woont. Ineke is de moeder van juf Eveline. Op bovenstaande foto zitten zij naast elkaar.

Onderwijsvernieuwing (lees bezuiniging) leidt tot onderwijsverarming

In 1956 kwam er een wet die het kleuteronderwijs en de subsidiëring daarvan regelde. Kinderen van vier en vijf jaar waren toen nog niet leerplichtig. In 1959 veranderde de leerplichtwet, omdat kinderen die bij de aanvang van het schooljaar vijf jaar waren geworden, vanaf dat jaar naar de kleuterschool moesten.

Maar toen

Het begon in 1985 met de afschaffing van de kleuterschool en de KLOS (Kleuter Leidster Opleiding School). Dat heette indertijd het samengaan van de kweekschool (Pedagogische Academie) en de KLOS, die vanaf dat moment Pabo heette (Pedagogische Academie voor het BasisOnderwijs).

Vier jaar KLOS en vier jaar kweekschool werden in elkaar gepropt tot vier jaar Pabo.

Natuurlijk gaat dat dan ten koste van de kwaliteit van onderwijs en dat is ook wel gebleken. In feite werd de didactiek en de pedagogiek behorende bij de ontwikkeling van kleuters slechts een onderdeel van de Pabo, namelijk als clausule, waar pabo-studenten wel of niet voor konden kiezen. Zoals ze bijvoorbeeld ook konden kiezen voor de clausule dyslexie. Het mag duidelijk zijn, dat hier bij lange na niet de kennis in zit, die bij de KLOS aanwezig was. Studenten die niet voor een bepaalde clausule kiezen, weten dus betrekkelijk weinig van de desbetreffende clausules, terwijl ze daar wel mee te maken krijgen als leerkracht.

En dat was niet het enige: WSNS

Vanwege de groei van het Speciaal Onderwijs kwam Weer Samen Naar School in 1991 tot stand. Het WSNS-beleid heeft als doel om kinderen met leer- en gedragsproblemen zoveel mogelijk naar het reguliere basisonderwijs te laten gaan. De ‘rugzakjes’ kwamen in de mode. Kinderen met een rugzakje (bepaalde problematiek zoals dyslexie, ADHD e.d.) konden extra begeleiding krijgen op of via de school. In feite betekende dat een aanslag op het werk van het onderwijzend personeel. Het werk werd immers zwaarder, maar de groepen niet kleiner. Om over het salaris nog maar niet te spreken. Het werd inmiddels wel duidelijk, dat de Pabo’s niet aan de groeiende behoefte van onderwijskwaliteit konden voldoen.

Kwaliteit onderwijs holt achteruit

Het onderwijs in Nederland stond voor 1985 internationaal goed aangeschreven, maar geleidelijk aan werd dit steeds minder. Eind vorige eeuw werd er alarm geslagen; het onderwijs moest beter. Er kwamen steeds weer allerlei wijzigingen in het onderwijsbeleid, waar de leerkrachten door werden overspoeld, maar die tot op heden niet tot gewenste resultaten leiden. Het hoogtepunt van onwetendheid wat betreft kleuters waren wel de Cito-toetsen. Gelukkig kwam men daar al spoedig op terug. De ontwikkeling van kleuters verloopt immers niet volgens het boekje van de toetsen.

Jammer, dat men nog steeds niet tot het inzicht is gekomen, dat de verarming van het onderwijs in feite de grote boosdoener is. Terug naar het verleden is niet nodig, maar wel terug naar wat werkelijk in het belang is van het onderwijs, zowel wat betreft de leerlingen als de onderwijsgevenden. Er zijn ontwikkelingen gaande, die wijzen in die richting.

Ineke Vonk
Voormalig kleuterleidster en destijds politiek en maatschappelijk actief
Reacties kunnen gestuurd worden naar: atalanta@jufeveline.nl

Gepubliceerd op 21 augustus 2020